Notes:
Hoogeveen (Drents: t Hoogeveine of t Hogevéne, de 'H' wordt niet uitgesproken) is een plaats en gemeente in de provincie Drenthe in Nederland. De gemeente heeft een oppervlakte van 129 km² (waarvan 0,19 km² water) en heeft 54.311 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS).
Geschiedenis
De geschiedenis van het veen van de huidige gemeente Hoogeveen begint in het jaar 1551. Dat jaar kochten Reinold van Burmania en zijn vrouw de zogenaamde Meppense Venen, de zuidoostelijke helft van de gemeente. In 1625 ruilde Roelof van Echten een gebied ter grootte van 2000 morgen voor beloofde diensten en infrastructuur met de boeren van Steenbergen en Ten Arlo. Het gebied was ooit eigendom van de Heer van Ruinen, maar die werd helemaal buiten spel gezet. In 1631 werden de beide gebieden bij elkaar getrokken, en begon de eigenlijke geschiedenis van de vervening. Hiertoe werd de Compagnie der 5000 morgen opgericht. Het afgegraven veen werd via een kanaal (de Nieuwe Grift, later de Hoogeveense Vaart genoemd) over het water naar Meppel en verder vervoerd. Dwars op dit kanaal werden op een afstand van 160 meter van elkaar kleinere kanalen gegraven, de zogenaamde wijken. Deze afstand was voor een arbeider nog doelmatig af te leggen met een kruiwagen vol turf. Zo ontstond een raster van elkaar kruisende kanalen. Door middel van nieuwe kanalen, de opgaanden, werden stelsels van wijken verderop in de venen, eveneens aan de Hoogeveense Vaart gekoppeld. Straatnamen als 'Hollandscheveldse Opgaande' en 'Zuideropgaande' herinneren aan die kanalen.
Het dorp Hoogeveen werd in 1636 gesticht door Pieter Joostens Warmont en Johan van der Meer, Leidse investeerders, omdat de Leienaren (Hollandsche Compagnie) na hevige conflicten met Roelof van Echten (die de ontwikkeling van het gebied eerder belemmerde dan stimuleerde) besloten dat hun arbeiders zich permanent op hun venen moesten kunnen vestigen. Op het belangrijkste kruispunt (het Kruis genaamd) vestigden zich ook al snel winkeliers, verveners, rentmeesters en ambachtslui. Een nieueuwe plaats was geboren. In het begin had de nieuwe plaats verschillende namen: Hooch Echten, Nieuw Echten en Echten's Hoogeveen. Iedereen sprak echter ook al van Hoogeveen, en die verkorte naam bleef behouden. Opvallend genoeg was de verkoop van de grond van Hoogeveen echter zo slordig geregeld, dat pas in 1664 de overdracht van de grond onder het oudste deel van het dorp een feit werd. Tot dan was het oudste deel van het dorp dus juridisch deel van de marke van Steenbergen en Ten Arlrlo. Hoogeveen bleef nog eeuwenlang een veenkolonie. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd turf minder belangrijk en schakelde de plaats over op landbouw en veeteelt en industrie. Bekende fabrieken van die tijd zijn de Coöperatieve Zuivelfabriek (tegenwoordig Kaasfabriek DOC), de blikfabriek Drenthina (later een onderdeel van het Thomassen en Drijver-concern) en de conserven- en diepvriesfabriek Lukas Aardenburg (Iglo-producten) (later een onderdeel van Unilever). Ook kwam de industrieel Hubertus Willem Karel Fredrik Hendrik Scheijbeler naar Hoogeveen die naast Lukas Aardenburg de industrie van Hoogeveen vorm gaf. Scheijbeler, Tappenbeck Grand hotel Huis ter Duin, Dreesmann van het warenhuis Vroom&Dreesmann waren drie vrienden die vanuit Duitsland naar Nederland kwamen en bedrijven stichten. Scheijbeler bezat een landhuis in Hoogeveen die hij in het najaar vaak betrok om in de bossen op jacht te kunnen gaan.
In de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn van 8 juli 1944 tot de bevrijding op 11 april 1945, werd Hoogeveen bestuurd door de NSB-er Jan Marinus Veldhuis. Hij werd na een 'stoomcursus' persoonlijk aangesteld door rijkscommissaris Seyss Inquart. Bij de komst van de Canadezen vluchtte hij aanvankelijk op een fiets maar verborg zich later in een huis in de WC. Na enige jaren in de gevangenis te hebben doorgebracht vestigde hij zich in 1950 in Rotterdam als accountant.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kanalen gedempt. Hierdoor ontstonden lange, brede, rechte wegen, ideaal voor verkeer. De economie kreeg een enorme impuls en Hoogeveen was enige tijd de snelst groeiende gemeente van Nederland. Onder andere Philips, Fokker en Standard Electric vestigden zich in de plaats. Om aan de enorme bevolkingsgroei te kunnen voldoen, werden er grote nieuwbouwwijken aangelegd. In de tachtig was de grote groei er echter uit. In plaats van de verwachte 100.000 inwoners steeg het aantal inwoners "slechts" naar ruim 50.000.