Notes:
Luik (Frans: Liège (voor 1949: Liége), Duits: Lüttich, Waals: Lîdje) is de hoofdstad van de Belgische provincie Luik. De stad is gelegen aan de Maas, ongeveer 30 km stroomopwaarts van Maastricht.
Halverwege de 20e eeuw was Luik het centrum van de mijnbouw en staalindustrie, die Wallonië tot welvaart brachten. De economische problemen, die later in de eeuw het gevolg waren van de vermindering van het belang van mijnbouw en staalindustrie, hebben hun effect op de omgeving van Luik niet gemist.
De stad telt ruim 187.000 inwoners, waarvan ongeveer 30.000 inwoners met buitenlandse nationaliteit. De agglomeratie Luik (met voorsteden als Seraing, Saint-Nicolas, Ans, Herstal en Flémalle) telt ongeveer 600.000 inwoners.
De Universiteit van Luik (Université de Liège, afkorting ULg) werd gesticht ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I en officieel ingehuldigd in 1817.
De bijnaam van de stad is 'La cité ardente' of 'de Vurige Stede'.
Vele eeuwen lang, tot 1795, werd Luik geregeerd door prins-bisschoppen. Het prinsbisdom Luik strekte zich uit over het grootste deel van de huidige provincie Luik en de zuidelijke helft van de huidige provincie Namen. Bovendien verwierven de bisschoppen van Luik in 1366 ook het graafschap Loon, dat grotendeels samenvalt met de huidige Belgische provincie Limburg. De stad Luik was de voornaamste van de 23 Goede Steden van het prinsdom.
De geschiedenis van Luik wordt gekenmerkt door talloze conflicten tussen de stad Luik en zijn bisschoppen, waarbij het er soms heet aan toe ging.
In 1468 werd in het kader van een dergelijke machtstrijd de stad "getuchtigd" door de Bourgondische hertog Karel de Stoute. Zijn soldaten hebben zich buitengewoon misdragen in de stad: ongeveer een kwart van de 20.000 inwoners verloor hierbij het leven.
Toen de hertogen van Bourgondië - en later de Habsburgse koningen van Spanje - allengs de hele Nederlanden onder hun gezag verenigden, bleef het prinsbisdom Luik als onafhankelijke staat daarbuiten.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog probeerden de bisschoppen van Luik neutraal te blijven tussen de twee strijdende partijen. Luik had zich ontwikkeld tot een belangrijk centrum van metaalindustrie en ook van de wapenindustrie.
In 1795 hebben burgers van de stad Luik, die verbolgen waren over het autoritaire optreden van hun bisschop, zodra de stad door de Franse revolutie-legers was veroverd, de gothische Sint-Lambrechtskathedraal gesloopt. De lege plaats daarvan vormt de huidige Place Saint-Lambert. In de 19e eeuw is de Sint-Pauluskerk verheven tot Sint-Pauluskathedraal.
In 1887 werd besloten tot de oprichting van de forten rond Luik.
De eerste veldslag van de Eerste Wereldoorlog speelt zich af rondom Luik, aangezien deze stad op de Duitse route door België lag. Via Luik wilden de Duitsers naar Namen om zo Frankrijk binnen te vallen.