Gebeurtenissen uit het leven van Hindrik de Jong

Hindrik de Jong komt uit een gezin met 6 kinderen, waarvan 2 jongens. Zijn vader Willem was boswachter in Winschoten. De familie kwam oorspronkelijk uit Tzumarum in Noord Friesland. Toen er omstreeks 1830 meer te verdienen was in het veen, trok men massaal naar de veenkoloniën in Groningen en Drenthe. Onze familie belandde in Zevenhuizen bij Leek en verhuisde later naar Kloosterveen bij Assen.

Daar werd in 1872 ook zijn vader Willem de Jong geboren. Willem trouwde in 1900 met Geertje Hensen en ging in Winschoten wonen.  Het gezin heeft jaren aan het St Vitusholt gewoond naast de overweg in de spoorlijn Nieuweschans - Groningen.

Zoon Willem geboren in 1908 bleef in Winschoten en werd later hoofd van de gemeentelijke Plantsoendienst. Op een andere pagina is een aantal krantenartikelen over Willem geplaatst en op deze pagina willen wij, kinderen en andere familieleden, Hindrik gedenken als iemand met vele en bijzondere kwaliteiten.

Zoon Hindrik (Henk) ging naar de Heidemij waar hij opviel door zijn werkhouding en inzicht. Al spoedig kwam hij terecht bij de Centrale Technische Dienst op het hoofdkantoor in Arnhem, die de opmetingen en het kaartmateriaal verzorgde voor de uit te voeren projecten in geheel Nederland. Zijn fotografisch geheugen kwam hem daarbij goed van pas. Meerdere malen is het voorgevallen dat hij een kaart beoordeelde en dan tot de conclusie kwam dat een deel niet juist was weergegeven. Bij controle bleek dan een meetfout te zijn gemaakt.  Zoiets ontstond meestal door een fout in de telling van het aantal keren dat de meetband werd verplaatst.

Voor de oorlog was hij bezig geweest om grote delen van de Peel in kaart te brengen. Daarbij werden ook hoogtemetingen gedaan. Met behulp daarvan werd de ontwatering geregeld en kon ook het juiste tracé voor het in 1939 gegraven Peelkanaal worden bepaald. Het kanaal werd in werkverschaffing uitgevoerd. Deels door de Heidemij en deels door de Grontmij, terwijl de Genie de directie voerde. Henk werd bouwheer van het kanaal en directeur ir C. Staf  werd opperbouwheer. Ze logeerden in hotel Erica in Sint Hubert bij Mill.

Toen de oorlog uitbrak zat Henk in Noord-Brabant als infanterist bij de Genie. Zijn taak was onderdelen van die provincie onder water te zetten als de Duitsers zouden aanvallen. Dat is maar ten dele gelukt omdat de Nederlandse militairen bijna allen waren vertrokken met toestemming van Den Haag. Na zijn opdracht moest hij zich melden in Den Haag. Maar dat was lastig omdat Rotterdam werd gebombardeerd. Hij is toen op de motor via de Zuid Hollandse eilanden en Brielle toch in Den Haag gekomen en daar kreeg hij te maken met een generaal, die aan de Duitse kant stond. Hij mocht bij dat gesprek geen wapen dragen, anders had hij geschoten zo vertelde hij eens. Die generaal heeft nadien enkele jaren in de gevangenis moeten boeten.

Hij vertelde dat hij in een visioen zag dat hij heelhuids uit Den Haag terug kwam en durfde de reis toen te maken.

Henk heeft na de slag om Arnhem vele gestrande  piloten via de Betuwe en de Peel naar België weten te begeleiden. Door zijn meetwerk kende hij letterlijk alle bospaadjes en sluipwegen. Hij werd daarmee geholpen door de familie Henst uit Mill. Die hadden een transportbedrijf en kleine wagentjes met een huif waarin zo'n 10 personen konden worden vervoerd. Vandaar ook de Amerikaanse- en Engelse dankbetuiging. Na de oorlog kwamen wij nog regelmatig bij de familie Henst.

Zo was er ook een contact met de familie Geene in Kesteren. Dit was een fruitteler in de Betuwe. Ook hier kwamen wij nog wel eens. Ik at me dan zo vol met pruimen dat ik er meestal ziek vandaan kwam.

Door zijn werkzaamheden en enorme geheugen wist hij overal de weg. Ook in bossen en in het veen. Toen Staf ook directeur van het Landelijk bureau Oorlogsschade en ontruiming was, werd Hindrik gevraagd om ook daarin zijn steentje bij te dragen.  In deze functie kon hij met de juiste papieren overal in bezet gebied komen, inspecties verrichten en inlichtingen verzamelen.  Eén van de documenten is een z.g. ausweis, ondertekend door Seys Inquart. Die heeft hij bij moeilijkheden goed kunnen gebruiken.

Op zekere dag vorderden de Duitsers woonruimte voor hun officieren. Ze vielen de huizen in de Richard Kolfschotenlaan binnen en schreeuwden: " Raus in zehn Minuten ". De familie kon nog een koffer pakken met wat spullen en moest de rest achter laten. Gelukkig hadden ze tevoren wat kostbare eigendommen in de tuin begraven. Toen ze terug kwamen waren ze alles kwijt en hingen de kleedjes bij de buren aan de lijn. De verborgen spullen uit de tuin kwamen echter weer ongeschonden voor de dag.

Een gedurfd waagstuk was de treinreis van Henk naar België met een honderd tal Amerikanen en Canadezen verkleed als boeren, waar ze in bevrijd gebied op een veemarkt gedropt werden. Vervolgens konden ze zich weer bij hun eenheid melden.

Hij is door een Nederlandse SS-er in Arnhem opgepakt. Iemand uit het verzet had hem aangegeven. Die persoon is tijdens een zogenaamde brandweeroefening overleden. Naderhand bleek dat Henk als nummer 2 op de lijst stond van aan te geven personen.

Toen de oorlog was afgelopen is hij nog als getuige opgetreden in wat later Hotel Carnegie was in Arnhem. Dit was op Bijltjesdag. Toen hij de zaal binnen kwam zat er een Hof van drie rechters. De middelste, dus de president bleek de SS-er te zijn die hem in Arnhem had opgepakt. Deze man is ter plekke gearresteerd en heeft jaren gezeten.

Na de oorlog werd Henk het oorlogs-herinneringskruis toegekend. Hij heeft het echter nooit geaccepteerd. De reden was ( en inmiddels woonden wij in Groningen, waar hij districtshoofd was van de Technische Dienst van de Heidemij ) dat toen hij werd uitgenodigd om op het gemeentehuis te verschijnen, hij er achter kwam dat er een groot gezelschap zou komen, waaronder ook mensen die " fout " waren geweest. Er is een hele rel geweest met de burgemeester, die bang was dat het in de pers kwam. Toen hebben ze 's avonds het ereteken door de brievenbus gegooid. Hij heeft het nooit gedragen en is ook nooit op bijeenkomsten geweest waar oud verzetsmensen waren.

Na de oorlog heeft hij veel  last gehad van het verwerken van al die ervaringen. Hij kreeg ook nog een hersenbloeding. Henk had weinig op met de Stichting 40-45 en deed nooit aan de collecte mee omdat naar zijn zeggen er heel wat foute figuren in zaten en veel geld in de verkeerde zakken verdween.

Hij heeft de boeken van Lou de Jong tot op de letter uitgeplozen en daar een groot aantal brieven aan gewijd. Er was namelijk sprake van aperte onwaarheden, die nadien nog makkelijk te verifiëren waren. Op dit soort brieven kwam nooit een reactie zelfs niet een bevestiging van ontvangst. Zo gaat de overheid er dus mee om en dat heeft hem zeer gegriefd.

Tijdens de Heidemij periode zijn ze 10tallen keren verhuisd en verbleven dan in kosthuizen. Dat was met name in Noord Brabant, Limburg, Zeeland en Overijssel.

Ook reed Henk in de oorlog nog op een motor rond. Hij was altijd onderweg. Ik weet nog dat ik gezeten voorop de benzinetank met hem door Arnhem reed.

17-10-2009

Wim de Jong Hardenberg
met bijdragen van  Hindrik Robert de Jong, Gold River, Sacramento County, CA, USA
Wil de Jong Vlijmen.


Calendar

Ik vind deze site geweldig en wil graag financieel helpen het in stand te houden

I like this service very much and I want to donate money    

 


This site powered by The Next Generation of Genealogy Sitebuilding ©, written by Darrin Lythgoe 2001-2025.