BEGINREEKS 217 (VON MUNSTER)
In Gens Nostra 23 (1968) publiceerden wij op pag. 357 de gemeenschappelijke afstamming van enkele NGV-leden van graaf Otto II van Dale. De daar aangegeven afstammingslijn was in de oudste generaties weinig gedetailleerd (minder althans dan ook toen toch reeds mogelijk zou zijn geweest), maar juist.
In jaargang 41 (1986) kwam de redactie in zekere zin hierop terug door toen, zonder nader overleg, een inzending van ir. M. J. Nix te plaatsen die qua uiteindelijke conclusie dan wel niet onjuist was, maar die toch bepaald gebrekkig moest heten; hij had die gegevens, via-via, van ons medelid mevrouw Beeke gekregen, maar bij dat indirect ontlenen waren er kennelijk gaandeweg wel wat onvolkomenheden ingeslopen. Dat de auteur zijn generaties met letters in plaats van cijfers en in omgekeerde volgorde nummerde, was lastig, maar nog overkomelijk. Hij vergat daarbij echter tussen k en 1 een generatie, terwijl voorts Heinrich von Munster (in 1968 en ook hierna generatie 21, bij hem generatie k) lachwekkend genoeg als echtgenote een 'von Bodil-Schüring' toebedeeld kreeg. De naam von Bodelschwingh is, niet alleen in de theologie en de Duitse geschiedenis, maar ook in de genealogie toch bekend genoeg. En tenslotte verwees hij naar het Gothaisches Genealogisches Taschenbuch der Graflichen Hauser 1914, waar ten aanzien van de stamreeks - von Munster wel de oudere jaargang 1894 werd gecorrigeerd, maar zonder zich te realiseren dat de von Münster's nadien (1928-29) nogmaals uitbreiding ondergingen in een afzonderlijk boek, dat direct na verschijnen werd aangekocht door het Genootschap en dat dus al meer dan een halve eeuw hier te lande beschikbaar is (sinds 1985 dus voor een ieder toegankelijk op het Centraal Bureau). Kortom: een genealogisch bedrijfsongeval.
Onze Werkgroep had zich dan ook voorgenomen in de nu lopende publikatie daarop terug te komen en had, in een vroeg stadium, aan de te plaatsen 'correctie-reeks Nix' bij voorbaat het nummer 216 toegedacht. Bij bestudering der binnengekomen inzendingen bleek echter dat het door ons beoogde overzicht samenvalt met de reeksen 215 en (vooral) 217, zodat wij een afzonderlijke reeks 216 konden laten vervallen.
Als richtsnoer bij dit nu lopende project hebben wij, evenals in 1968, aangehouden dat alleen die huwelijken vermeld worden via welke de afstammingslijn verloopt; voorafgaande of volgende andere huwelijken worden dus in het algemeen niet vermeld. Bij generatie 18/217 (een geval van een gecompliceerd ketting-huwelijk) hebben wij die andere huwelijken wel vermeld; niet slechts om daarmee een vollediger beeld te schetsen en te demonstreren hoe men dan (ook uit al bestaande literatuur) nog wel méér te weten komt, maar vooral ook omdat in generatie 19/217 kinderen uit die verschillende huwelijken (maar onderling dus niet bloedverwant) met elkaar huwen. De bemoeiingen van de Werkgroep hebben zich bij deze afstammingslijn uitgestrekt tot en met generatie 25, vandaar dat we met generatie 26 de Eindreeks doen aanvangen.
v.E.
Zie voor de oudere schakels eerst Beginreeks 215 bij:
17/215 Otto II graaf van Dale, tr. Kunigunde van Bronckhorst.
Lit:
(generatie 18-21)
18/217. Ermgardis van Dale, erfgename van goederen in het graafschap Dahl 1,
vermeld 1312-28; schenkt als weduwe, tot memorie van haar (eerste) echtgenoot
en diens ouders, een hoeve onder Recklinghausen aan het klooster Flaesheim
21-2-1312; overl. na 14-7-1328, vóór 24-2-1333 2, begr. Selm,
tr. (1)
Hermann Droste vort Lüdinghausen, overl. vóór 21-2-1312; zn. van Bernhard
(Albertuszn.) Droste von Lüdinghausen en Elisabeth N.
tr. (2) vóór 21-1-1317
Hermann [V] von Munster zu Meinhövel, heer te Botzlar, Selm, Ottmarsboc-
holt, Geisbeck, Ickerade; vermeld 1284-1343, als ridder vanaf 1306; drost 1317;
overl. na 18-1-1343, begr. Selm; zn. van Hermann [IV] von Munster zu
Broekhof en diens eerste echtgenote Jutta von Ahaus.
Hermann V tr. (1) (contract Telgte 28-4-1297)
Margaretha von Meinhövel, erfgename van Meinhövel; vermeld 1295-
1315; overl. na 23-7-1315 en vóór 21-1-1317, begr. Selm; dr. van 3 Gott-
fried von Meinhövel en Sophia N.
Hermann V tr. (3) 1328/29, althans vóór 24-2-1333
Elsabe gravin van Limburg, vermeld 1333-1358; overl. na 2-4-1358, begr.
Selm; dr. van 4 Dietrich II graaf van Limburg uit het Huis Hohenlimburg
a.d. Lenne en diens eerste echtgenote Irmgard von Greifenstein.
Uit het eerste huwelijk:
600 280
19/217. Elisabeth (Elsebe) Droste von Lüdinghausen, vermeld 21-2-1312, als een der erfgerechtigden van Hermann von Munster en Gotfridus de Meinhovele wanneer bisschop Ludwig van Munster hun een hoeve verkoopt 4-6-1321; voorts vermeld tot 1340, begr. Selm, tr. na 21-1-1317 en vóór 14-11-1321
Hermann [VI] von Munster zu Botzlar, geb. na 28-4-1297; vermeld vanaf 16-6-1309, als knape sinds 1317; overl. na 1340, vóór 8-5-1342, begr. Selm; zn. van Hermann [V] von Munster zu Meinhövel en diens eerste echtgenote Margaretha von Meinhövel.
20/217. Hermann [VII] von Munster te Meinhövel, Botzlar, Selm, Geisbeck en
Ickerade; vermeld (als kind) 17-12-1324; maakt het huis Dahl tot een open huis
voor de graaf van de Mark 1343; voorts vermeld als ridder 1346-1359; overl.
vóór 31-12-1368,
tr. vóór 13-12-1346
Oda N. (waarschijnlijk: von Lüdinghausen gen. Wolff), vermeld 1346-51.
21/217. Heinrich von Munster, te Meinhövel, Botzlar, Selm; vermeld 1349-
1419 (als knape sinds 1373); overl. vóór 11-2-1425,
tr. vóór 31-10-1371
Elisabeth (Elsebe) von Bodelschwingh, vermeld 1371-1419; mogelijk dr. van
Gerlach von Bodelschwingh te Westhusen (drost te Bochum 1346-1384) en
Elske N.
22/217. Berend von Munster, te Meinhövel; vermeld 1415-1442 5; overl. vóór
21-4-1457,
tr. 11-2-1425
Johanna van Ruinen, erfdochter van Ruinen (daarmee beleend 1411); vermeld
1441'; overl. vóór 3-6-1478; dr. van Jan IV heer van Ruinen 2 en Mechtelt
Mulert 3.
23/217. Elsabe van Munster,
tr. 1458
Wolf van Ittersum, geb. Zwolle ca. 1430; vermeld 1442-1478; overl. vóór of in
1484; zn. van mr. Johan Roelofszn. van Ittersum; I.U.L.; heer van 't Hof te
281 601
Zwolle, Werckeren, Voorst en 't Nijenhuis; scheidsrechter tussen de stad Gro ningen en de keizer en het Rijk (1419); raad van de bisschop van Utrecht (1420); schout van Deventer (1425); rentmeester van Salland (1437-43); burgemeester van Zwolle (1439), en diens tweede echtgenote Nese van Kamferbeke.
24/217. Mechteld van Ittersum, vermeld 1506; overl. 3-7-1533, tr. in of vóór 1506'
Johan Mulert, tot Voorst en den Ordel; vermeld vanaf 1501; landrentmeester van Salland 1504-18 en 1525-33; schout van Zwolle 1524; raad van de bisschop; overl. 19-12-1533; zn. van Geert Mulert tot den Doorn, Voorst, den Ordel en (beleend 1493:) de Marsch; rentmeester van Utrecht (1461); maarschalk van Over- en Nedersticht (1466); landrentmeester van Salland (1482), en diens eerste echtgenote Mechteld Godertsdr. de Coninck.
25/217. Johan Mulert tot Voorst 1; bewaart in naam van de keizer het slot Jever
in Oost-Friesland ten behoeve van de gezusters van Jever 1532; kastelein van
Kuinre en deelt met zijn broeders 1535; bezit de Voorst bij Zwolle; overl.
18-9-1538,
tr.
Theodora (Derrica) van Dedem, geb. na 26-7-1504; vermeld als weduwe 1543;
dr. van Johan Arendszn. van Dedem en Alijdt Dirksdr. Ripperbant.
Uit dit huwelijk:
a. Anna Mulert, zie Eindreeks 217, generatie 26 (pag. 283).
1. Uit dit huwelijk eveneens:
Hendrik Mulert tot den Ordel, dijkgraaf van Salland, overl. na 1575, tr. Johanna van Apel doorn, overl. na 1590.
Dit echtpaar werd in Gens Nostra 23 (1968), pag. 357, abusievelijk vermeld (zie correctie in Gens Nostra 24 (1969), pag. 256).
EINDREEKS 217 (DINKLA)
Zie voor de oudere schakels eerst Beginreeks 215 bij: 17/215. Otto II van Dale, tr. Kunigunde van Bronckhorst.
Lit.:
- M.J.B. Starke, Kwartierstaat Starke, in: Gruoninga 14 C jg. (1969).
(generatie 24-26)
- Fritz Lindenberg, Von Mulert, Chronik seit 1280, Ein Beitrag zur Adelgeschichte, in:
Niederlandisch-Deutschen Grenzraum, Grabenstadt 1975.
(generatie 35-38)
- Kwartierstaat Dinkla, in: Kwartierstatenboek afd. Gooi- en Eemland, NGV (1989), pag. 50-51.
26/217. Anna Mulert, geb. ca. 1535,
tr. vóór 1563
Thomas Knoppert 'de Olde', geb. ca. 1515-20, schepen en richter te Zwolle,
overl. vóór 5-4-1595.
27/217. Johanna Knoppert, geb. ca. 1560, overl. vóór 27-6-1629,
tr. ca. 1582
Johan Ovingh, geb. Crailo ca. 1550, overl. vóór 27-6-1629.
28/217. Alina Ovingh, geb. 1584, overl. Farmsum 7-7-1632,
tr. Ruinen 1610
Patrocles Romeling, geb. Quakenbrück maart 1576, pastor, overl. 30-4-1647;
zn. van Koenraad Romeling en Hedwig Hedemann.
29/217. Theodoricus Romeling, geb. 1627, student theologie te Leiden en
Utrecht, schoolmeester, overl. Farmsum 2-10-1667,
tr. 1
Catharina Jans; dr. van Jan Bonnes.
30/217. Wilhelm Romeling, geb. Farmsum ca. 1657, schoolmeester resp. te
Oostwold en Finsterwolde, later landbouwer en wedman te Finsterwolde, overl.
ald. tussen 2-3 en 5-5-1703,
tr. Finsterwolde tussen 18-8 en 23-11-1681 2
Froutje Jans, overl. na 9-3-1704; dr. van Jan Derks en Remke Edtzkens.
1. Uit dit huwelijk eveneens:
Bonno Roemeling, tr. (2) Anna Maria Beckering.
Zie voor hen en de voortzetting van die reeks nader Gens Nostra 23 (1968), p. 358-359.
2. Uit dit huwelijk eveneens:
Jan Roemelingh, tr. Grietje Jans.
Zie voor hen en de voortzetting van die reeks nader Gens Nostra 23 (1968), p. 359-361.
283 603